Nitraat en waterkwaliteit, wat staat ons te wachten in 2026?

Na het 7e actieprogramma Nitraatrichtlijn (2022 – 2025) volgt vanaf 1 januari 2026 het 8e programma om te voldoen aan de Europese Nitraatrichtlijn. In de landbouw, maar zeker ook in de akkerbouw, is het nog verder beperken van de stikstofbemestingsnormen een factor om nu al rekening mee te houden.

watersluis naast een weiland

Expert

Om je te helpen een goed beeld te vormen, hebben we de belangrijkste maatregelen op een rij gezet. Deze informatie is gebaseerd op de plannen van het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN). 

Consultatieperiode 

Het concept van het 8e actieprogramma kun je bekijken van 14 juli tot en met 25 augustus 2025 net zoals het plan-MER. In die periode kun je als belanghebbende reageren met een zienswijze. Dat is het moment om je stem te laten horen. 

Waar gelden de regels? 

Het 8e actieprogramma Nitraatrichtlijn is geldig voor heel Nederland. Toch verwacht de minister dat overschrijdingen van de nitraatnorm na 2027 vooral nog spelen in het zuidelijke zandgebied en het lössgebied. Denk dus aan Limburg en Noord-Brabant. Maar dat betekent niet dat andere gebieden helemaal geen maatregelen hoeven te nemen. Uiteindelijk moet uit de metingen blijken of de doelen overal worden gehaald  

Gevolgen voor je bedrijf 

Onderzoek laat zien dat extra maatregelen om de waterkwaliteit te verbeteren de verdiencapaciteit van de boeren beïnvloedt. De voorlopig gekozen maatregelen zijn doorgerekend en liggen nu bij de Tweede Kamer. Het doel is om ze op 1 januari 2026 in te voeren. 

Hoofdlijn van de maatregelen 

Om de doelstelling te behalen vanuit de Europese Nitraatrichtlijn, is er gekozen voor de volgende drie punten: 

Doelsturing 
Bij doelsturing gaat het niet om vaste regels voor iedereen, maar om het resultaat op je perceel. Haal je het doel? Dan kun je onder voorwaarden vrijstelling krijgen van generieke maatregelen. Deze aanpak wordt tijdens het 8e actieprogramma getest naast de generieke maatregelen. Werkt het goed? Dan kan het 9e programma hierop voortbouwen. Denk bijvoorbeeld aan vrijstellingen voor gebruiksnormen of verplichte rustgewasrotatie. De sector krijgt hulp om een werkbare systematiek te ontwikkelen. 

De minister wil de sectorpartijen tijdens deze periode ondersteunen om tot een werkbaar systeem te komen. 

Generieke maatregelen 

Er blijven ook algemene regels gelden: 

  • Op klei- en veengronden komen vanaf 2027 smallere bufferstroken (maximaal één meter), behalve langs kwetsbare beken of in speciale gebieden (NV-gebieden).
  • In zand- en lössgebieden wordt de verplichte teeltrotatie met rustgewassen voortgezet. In het zuiden gaat dit naar een op drie rotatie (of twee op zes), wat betekent dat je vaker rustgewassen moet telen. Dit kan een flinke impact hebben op je opbrengst. Hoe de twee op zes-variant precies in de wet komt, is nog niet duidelijk.
  • De lijst van rustgewassen wordt herzien op basis van hun gevoeligheid voor uitspoeling.
  • Voor vanggewassen op zandgrond zijn aanpassingen voorgesteld: vanaf 1 januari mag het gewas worden vernietigd en bemesting na de hoofdteelt wordt niet meer toegestaan. De lijst van toegestane vang- en wintergewassen wordt vanaf 2027 geactualiseerd.
  • Grasland speelt een positieve rol voor de grondwaterkwaliteit. De minister wil het areaal van 2022 behouden, maar hoe dit exact wordt vormgegeven is nog niet bekend. 

Ook de stikstofgebruiksnormen worden per gebied geactualiseerd. Dit kan leiden tot verlaging van de norm maar ook tot verhoging. Dit proces loopt nog.  

Wel is bekend gemaakt dat de maatregel om 65 kilo minder stikstof te mogen gebruiken na het scheuren van grasland uitgebreid wordt tot alle gewassen die na het scheuren van grasland worden verbouwd op bouwland. Dit geldt dan op zand- en lössgrond en zal ingaan op 1 januari 2027. 

Tot slot kan een herziening van de grondsoortenkaart voor verassingen zorgen. Per 1 januari 2027 kunnen daardoor percelen zandgrond veranderen in kleigrond of andersom.  

Ander beleid 
Voor veenweidegebieden, beekdalen, Natura 2000-gebieden en andere gebieden met een mix van opgaven komt aanvullend beleid. 

De huidige NV-gebieden worden vanaf 2026 ‘aandachtsgebieden’ genoemd. Daarin komen aparte zones voor stikstof- en fosfaatbelasting. In fosforbelaste gebieden wordt een verplichte, blijvend begroeide bufferstrook voorgesteld. In gebieden waar nitraat het probleem is, kan de stikstofnorm met maximaal twintig procent worden verlaagd. 

Er komen waarschijnlijk ook extra middelen beschikbaar voor agrarisch natuurbeheer, grondbankinitiatieven en innovatie. Tegelijk wil de minister de beste landbouwgrond juist beschermen in het ruimtelijke beleid. 

Conclusie 

De impact van het 8e actieprogramma verschilt per gebied. Vooral in het zuidelijke zand- en lössgebied kunnen de maatregelen zwaar uitpakken. Doelsturing kan hier misschien verlichting bieden, maar de tijd om je voor te bereiden is kort. Het effect op je bedrijfsvoering en verdiencapaciteit kan groot zijn. Denk daarom nu al na over scenario’s. Zeker als je samenwerkt met anderen die hun eigen keuzes moeten maken. 

Meer weten? 

aaff is graag overal van betekenis. Heb je vragen over de plannen, de impact op je bedrijfsvoering of wil je een goed onderbouwd advies? aaff heeft meerdere ervaren adviseurs in huis die je hierbij kunnen helpen. Neem hiervoor gerust contact op met een van onze adviseurs.

Aanmelden nieuwsbrief

Altijd op de hoogte van het laatste nieuws

Volg aaff op Facebook

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws via onze Facebookpagina