Expert

Weidegang is een belangrijk aspect van de Nederlandse melkveehouderij. Het draagt bij aan het welzijn van de dieren, de biodiversiteit en het imago van de sector. Ondanks de voordelen, is het percentage weidegang de laatste twee jaar gedaald.
In 2024 is het aantal melkveebedrijven met weidegang gedaald naar 80,1%. Uit een rondvraag door zuivelondernemingen onder melkveehouders blijkt dat het natte voorjaar in 2024 een belangrijke rol heeft gespeeld in deze afname. Boeren gaven aan dat de koeien hierdoor niet tijdig de wei in konden. Daarnaast werd de uitbraak van blauwtong genoemd als reden om niet te weiden of koeien eerder in het seizoen op stal te houden.
Het natte voorjaar en de uitbraak van blauwtong zorgde ervoor dat het aandeel melkveebedrijven dat enige vorm van weidegang toepaste in 2024 daalde tot onder het door de sector vastgestelde streefpercentage van 81,2%. Het aandeel bedrijven met volledige weidegang nam af van 77,0% naar 73,9%. Het aandeel bedrijven met deelweidegang steeg in 2024 van 5,8% naar 6,2%.
De daling in weidegang kan liggen aan verschillende factoren:
De mogelijkheden van beweiden zijn sterk afhankelijk van de individuele situatie van het melkveebedrijf. De oppervlakte van het huiskavel is daarbij de belangrijkste factor van invloed naast het klimaat, waarvan het zeer natte voorjaar van 2024 een expliciet voorbeeld is. Het vakmanschap is uiteindelijk bepalend voor het succes van beweiden, waarbij een goede planning en beheer cruciaal zijn. Dit is de basis om met beweiden goede resultaten te behalen. Maar wat laten de cijfers zien?
De analyseresultaten (zie tabel 1) zijn gebaseerd op de gemiddelde resultaten van de jaren 2022, 2023 en 2024 uit de database van Alfa. De resultaten van de bedrijven die weiden en niet weiden zijn naast elkaar gezet. De bedrijven die weiden zijn kleiner van omvang dan de bedrijven die niet weiden. Ook hebben de bedrijven die weiden een lagere intensiteit per hectare en de melkproductie per koe ligt 591 kg lager, met iets lagere vet- en eiwitgehaltes.
Je hoort vaak dat het ureumgehalte in de melk een lastige is voor bedrijven met (veel) weidegang. In de cijfers scoren ze iets hoger in ureum, maar dat is eigenlijk verwaarloosbaar met een verschil van 0,47.
Tabel 1: Gemiddelde resultaten 2022, 2023 en 2024 van melkveebedrijven die weiden en niet weiden
Gemiddelde resultaten 2022 – 2024 | Verschil weiden t.o.v. niet-weiden |
Technische kengetallen | |
Totale melkproductie | -511.378 |
Hectare gras | -11,6 |
Hectare maïs | -2,6 |
Hectare overig | -1,8 |
Kg melk per hectare | -3.663 |
Kg melk per koe | -591 |
% vet | -0,03 |
% eiwit | -0,01 |
Ureum | +0,47 |
Resultaten in € per 100 kg melk | |
Opbrengsten bouwplan (a) | +0,55 |
Teeltkosten gras en maïs (b) | +0,08 |
Loonwerk gras en maïs (c ) | +0,61 |
Machines ruwvoerproces (d) | +0,03 |
Totaal eigen voerkosten (b+c+d-a) = (f) | +0,17 |
Aankoop voer | -1,30 |
Totale voerkosten (g) | -1,13 |
Opbrengsten melkverkoop | -0,45 |
Kwaliteitsregeling | +0,07 |
Toeslagen | +1,74 |
Heffingen | -0,01 |
Nabetaling | -0,06 |
Overige melkopbrengsten | +0,03 |
Melkopbrengsten (h) | +1,31 |
Overige opbrengsten (i) | -0,46 |
Totaal opbrengsten melkvee (h+i) | +0,85 |
Kosten melkvee (j) | +0,19 |
Saldo verzorging (h+i-j) = (k) | +0,67 |
Saldo voer (k-g) = (l) | +1,80 |
Mestafzet (n) | -0,44 |
Loonwerk voeren (melkproces) (o) | -0,02 |
Saldo Melkvee (l-n-o) = (p) | +2,25 |
Niet-toerekenbare variabele kosten (u) | +0,17 |
Bruto Overschot (p-u) = (v) | +2,09 |
Betaalde arbeid (w) | +0,01 |
Productieresultaat (v-w) = (x) | +2,08 |
Overige opbrengsten (y) | +0,77 |
Beschikbaar voor HARR (x+y) = (aa) | +2,85 |
HAR lasten (ab) | -0,87 |
Resultaat excl. incidenteel (aa-ab) | +3,72 |
Afschrijvingen | -0,71 |
Kasstroom (a) | +3,01 |
Aflossing | +0,32 |
Vervangingsinvestering | +0,19 |
Privé regulier | +0,99 |
Betaalde belastingen IB/VPB | +0,73 |
Totaal (b) | +2,23 |
Liquiditeitsmarge (a-b) = (c) | +0,79 |
Kritieke opbrengsten | |
Melkopbrengsten | +1,31 |
Kritieke melkopbrengst | +0,53 |
Liquiditeitsmarge | +0,79 |
Bron: database Alfa
Er is nauwelijks verschil in eigen voerkosten, waarbij de bedrijven met weidegang wel minder voer aankopen vanwege de lagere intensiteit. Hierdoor liggen de totale voerkosten op bedrijven die weiden € 1,13 per 100 kg melk lager. De melkprijs van de weidebedrijven ligt € 1,31 per 100 kg melk hoger. Dit komt voornamelijk door de hogere toeslag op de melkprijs. In combinatie met lagere kosten resulteert dit in een hoger saldo van € 2,25 per 100 kg melk in het voordeel van de bedrijven mét weidegang.
De niet-toerekenbare kosten liggen op een redelijk vergelijkbaar niveau, waardoor de bedrijven met weidegang een hoger bruto-overschot laten zien met een verschil van € 2,09 per 100 kg melk. Omdat de HAR-lasten (huur, afschrijving en rente) € 0,87 lager liggen is de kasstroom met € 3,01 per 100 kg melk in het voordeel van de bedrijven die weiden. De privé-uitgaven (inclusief betaalde belasting) liggen op de bedrijven die weiden € 1,72 per 100 kg melk hoger. Dit wordt waarschijnlijk veroorzaakt doordat weidebedrijven meer arbeid per 100 kg melk nodig hebben ten opzichte van bedrijven die niet weiden. De voorsprong in de kasstroom neemt hierdoor af. Uiteindelijk resulteert het in een hogere liquiditeitsmarge van € 0,79 per 100 kg melk voor bedrijven die weiden.
Het verhogen van het percentage weidegang in de melkveehouderij vereist een gezamenlijke inspanning van boeren, adviseurs en andere stakeholders. Door educatie, praktische ondersteuning, financiële voordelen, samenwerking en innovatie leveren we gezamenlijk een significante bijdrage aan het bevorderen van weidegang. Dit zal niet alleen het welzijn van de dieren verbeteren, maar ook bijdragen aan een duurzamere en maatschappelijk verantwoorde melkveehouderij.
Wel of niet beweiden? De gemiddelde cijfers van de afgelopen drie jaren laten zien dat de weidebedrijven een betere liquiditeitsmarge hebben. Vanuit dat oogpunt zou je moeten weiden, maar de situatie van je bedrijf moet er wel geschikt voor zijn. Vaak is er meer mogelijk dan je aan de voorkant denkt. Je eigen motivatie is misschien nog wel de meest doorslaggevende factor om wel of niet te weiden. Het moet bij jou en je bedrijf passen!
aaff is graag overal van betekenis. Wil je weten of weiden iets voor jouw bedrijf is? Maak bij die keuze altijd een goede vertaalslag naar de financiële impact op je bedrijfsresultaten. Onze specialisten kunnen je daarbij goed ondersteunen met inzicht via uitgebreide analyserapporten. Neem contact op.
Altijd op de hoogte van het laatste nieuws
Blijf op de hoogte van het laatste nieuws via onze Facebookpagina