Melkveehouderij 2026: sturen onder de kritieke melkprijs

Na twee buitengewoon goede jaren staat de melkveehouderij in 2026 weer met beide benen op de grond. De melkprijs zakte onder de € 0,40 per kilo melk. Een niveau waarop naar schatting 90% van de melkveebedrijven niet langdurig aan alle financiële verplichtingen kan voldoen. Het is geen reden voor paniek, maar de huidige markt dwingt wél tot een realistische kijk in de spiegel.

Zwart witte koeien grazen in de wei

Expert

Een hogere KMO door investeringen

Het fiscale systeem werkte de afgelopen jaren zoals bedoeld. Veel ondernemers maakten kosten voor onderhoud of investeerden in mechanisatie en melktechniek, om de fiscus buiten de deur te houden én om de bedrijfsvoering te optimaliseren. De keerzijde? De kritieke melkopbrengst (KMO) liep snel op. De 10% bedrijven met de laagste KMO over de afgelopen 12 maanden komt uit onder de € 0,40. Maar de hoogste bedrijven hebben inmiddels € 0,60 per kilo melk nodig om de rekeningen te kunnen betalen.

Weet waar je staat

Met een melkprijs onder de kritieke grens is het essentieel om je positie te bepalen. Hoe hoog moet je buffer zijn? En hoeveel ruimte heb je nog om bij te sturen? Dat is bedrijfsspecifiek, hierbij kan een passend agrarisch bedrijfsadvies je helpen de juiste keuzes te maken. 

Een liquiditeitsprognose helpt je om hier snel inzicht in te krijgen. Misschien heb je op je bedrijfsspaarrekening nog een royale buffer en hoef je je koers nauwelijks aan te passen. Maar er zijn ook bedrijven met een stevige crediteurenstand én hoge vaste lasten. Die voelen de druk snel oplopen. Afwachten en hopen op herstel is ook een keuze, maar wel een zonder regie. 

Voorzichtig optimisme

Het beeld voor 2026 is niet uitsluitend negatief. De voerprijzen zijn licht dalend, de rente is vrij stabiel en ook de vleesprijzen zijn goed. Vergeleken met de melkprijs zijn rente en voer nog steeds niet goedkoop, maar wel voorspelbaar. Bovendien ligt er gemiddeld prima ruwvoer op de bedrijven. En op koe-niveau worden hogere productieniveaus behaald met betere gehalten vet en eiwit dan voorheen.

Is extra melk de oplossing? 

Een lage melkprijs en relatief acceptabele voerkosten nodigen reflexmatig uit om de productie te maximaliseren. Extra liters lijken een logische manier om de kasstroom op peil te houden. Maar let op: het is sterk afhankelijk van je situatie of dat ook écht bijdraagt aan het banksaldo. De variabelen mestafzet, ruwvoer en fosfaatrechten maken het verschil. Sturen op marge per koe is in deze fase vaak verstandiger dan sturen op volume.

Kritisch kijken naar je stal 

Koeien die minder dan 18 tot 20 kilo melk geven, kosten je nu waarschijnlijk elke dag geld. In de recente jaren met hoge melkprijzen lag dat omslagpunt nog bij 13 tot 15 kilo. Een kritische ronde door de stal, waarbij je het onrendabele ondereind afvoert, is nu verstandig. De huidige vleesprijzen zorgen ervoor dat de afvoer van koeien en kalveren meer oplevert dan in voorgaande jaren. Dat verzacht de liquiditeitsdruk én maakt scherpe keuzes minder pijnlijk.

Selecteren is geen oplossing, maar wel een hulpmiddel 

Het afvoeren van vee is natuurlijk geen structurele oplossing voor lage melkprijzen. Maar het is wél een relevante stap in het grotere strijdplan. Selectie helpt je om snel kosten te drukken zonder dat je hele bedrijfsmodel op de schop hoeft.

De markt is uit balans, maar er is geen reden om te denken dat vraag en aanbod structureel uit elkaar blijven lopen. De melkveehouderij heeft toekomst. Mits je als ondernemer het tussenliggende dal doorkomt met voldoende buffer, inzicht in je cijfers en een scherpe strategie.

Meer weten? 

aaff is graag overal van betekenis. Wil je jouw cijfers scherp krijgen, scenario’s doorrekenen en keuzes expliciet maken? Neem dan contact op met een van onze specialisten.   

Aanmelden nieuwsbrief

Altijd op de hoogte van het laatste nieuws

Volg aaff op Facebook

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws via onze Facebookpagina