Expert
De financiële resultaten van ruitersportcentra en pensionstallen staan in 2025 opnieuw onder druk door stijgende kosten en wisselende omzetontwikkelingen. Waar de omzet per stallingsplaats blijft groeien, is de stijging minder krachtig dan voorgaande jaren. Ondernemers zien vooral hogere kosten voor voer en strooisel, terwijl diergezondheidskosten stabiliseren. De brutomarge stijgt slechts licht, wat betekent dat omzetgroei kostenstijgingen niet volledig compenseert. Dit artikel geeft inzicht in de belangrijkste trends, uitdagingen en aandachtspunten voor ondernemers in de paardenhouderij.
De omzet per stallingsplaats blijft in 2025 stijgen, al is de groei met 2,5% de laagste in vijf jaar. De omzet neemt toe binnen alle activiteiten: manegelessen, pensionstalling en horeca.
Binnen de directe kosten valt op dat de diergezondheidskosten, na jaren van sterke stijging, stabiliseren en zelfs licht dalen. Tegelijkertijd zien we een duidelijke toename in de voer- en strooiselkosten. Onder voerkosten vallen krachtvoer en ruwvoer. Beide stijgen, maar vooral de ruwvoerkosten zijn de afgelopen jaren fors toegenomen. Mogelijke oorzaken zijn hogere brandstofprijzen en de afname van beschikbare landbouwgrond voor ruwvoederwinning.
De stijging van de strokosten komt niet als verrassing: normaal dalen de prijzen na de nieuwe oogst, maar in 2025 bleef deze daling uit en stegen de prijzen juist verder.
De brutomarge stijgt in 2025 slechts licht met 1,1%. Dit betekent dat de omzetstijging de stijging van de directe kosten niet (voldoende) compenseerde.
Na een stabiel 2024 zien we in 2025 een sterke omzetstijging van 10,4% per stallingsplaats. In de directe kosten is sprake van een stijging over de gehele linie. Bij de voerkosten stabiliseren de krachtvoerkosten, maar de ruwvoerkosten nemen aanzienlijk toe. Dit kan samenhangen met de trend dat klanten graag zien dat aan hun paard onbeperkt ruwvoer wordt aangeboden. Hierdoor voert de pensionstalhouder meer ruwvoer en mogelijk minder krachtvoer. De stijgende ruwvoerprijzen versterken dit effect. De inzet van slowfeeders helpt om de arbeidsbelasting niet te laten toenemen.
De stijging van de strooiselkosten is vergelijkbaar met die bij ruitersportcentra.
De brutomarge stijgt in 2025 met 9,1%. Waar in 2024 de ruitersportcentra een sterke stijging in brutomarge lieten zien en pensionstallen juist een daling, is dit beeld in 2025 omgekeerd.
Door de jaren heen indexeren zowel ruitersportcentra als pensionstallen hun prijzen om een gezonde brutomarge te behouden. De timing van prijsindexaties blijft een terugkerend discussiepunt: mag dit slechts één keer per jaar, of ook tussentijds bij grote kostenstijgingen? Dit hangt af van de afspraken in stallings- en lesovereenkomsten, maar vooral van goede communicatie. Klanten meenemen in de dagelijkse uitdagingen en kostenontwikkelingen helpt begrip te creëren. Prijsstijgingen zijn in vrijwel alle sectoren normaal geworden. Waarom zou dat voor ondernemers in de paardenhouderij anders zijn?
De rentelasten nemen in 2025 aanzienlijk toe, conform de verwachting op basis van de stijgende rente die we vorig jaar al zagen. Daarnaast zien we dat ruitersportcentra investeren om hun bedrijf te moderniseren en aan te passen aan de eisen van deze tijd. Bij pensionstallen is dit minder aan de orde.
Ook de personeelskosten stijgen, onder andere door hogere minimumlonen en de keuze om personeel beter te belonen om hen te behouden.
Verder stijgen de algemene kosten, waaronder verzekeringspremies en kosten van overige diensten.
Door deze kostenstijgingen daalt de winst ten opzichte van 2024, waarin ruitersportcentra nog een forse winststijging realiseerden. De eerder genoemde timing van prijsindexaties heeft hier ongetwijfeld invloed op gehad.
De personeelskosten dalen licht. Mogelijke oorzaken zijn managementaanpassingen waardoor minder arbeid nodig is, bijvoorbeeld door het gebruik van slowfeeders of door wijzigingen in dienstverlening (zoals klanten zelf verantwoordelijk maken voor het buiten en/of binnenzetten van paarden). Dit helpt om prijsindexaties voor klanten te beperken.
Na de sterke daling van de afschrijvingskosten in 2024 stabiliseren deze in 2025. Dit betekent dat er in de toekomst meer aandacht moet komen voor cashflow en de veranderingen die hierdoor ontstaan.
De winststijging in 2025 is vooral te danken aan de omzetindexatie, in combinatie met relatief beperkte kostenstijgingen.
Het is belangrijk te benadrukken dat een hoger resultaat niet automatisch een betere cashflow betekent. Lagere afschrijvingen kunnen het resultaat verhogen, maar leiden niet tot extra liquiditeit. Sterker nog: hogere belastingen door een hoger resultaat kunnen de cashflow juist verlagen.
Daarnaast zijn aflossingen geen kosten, maar hebben ze wel invloed op de liquiditeit. Het moment waarop aflossingen starten of doorlopen moet je daarom meenemen in de financiële planning. Een stijgend resultaat door lagere afschrijvingen kan leiden tot hogere belastingdruk, terwijl aflossingen niet afnemen, waardoor liquiditeit onder druk komt te staan.
Ook kunnen uitgaven in bepaalde perioden hoog zijn (bijvoorbeeld de inkoop van voorraden hooi en stro), terwijl de omzet gelijkmatig over twaalf maanden binnenkomt. Dit kan tijdelijke liquiditeitsdruk veroorzaken.
Het optimaliseren van marge en rendement is belangrijk, maar biedt geen garantie dat altijd aan betalingsverplichtingen kan worden voldaan. Een maandelijkse liquiditeitsprognose is daarom een essentieel hulpmiddel om inzicht te krijgen in inkomsten en uitgaven en om tijdig bij te sturen.
aaff is graag overal van betekenis. Wil je sparren met een specialist over je bedrijfsplannen? Neem dan contact op met aaff.
Altijd op de hoogte van het laatste nieuws
Blijf op de hoogte van het laatste nieuws via onze Facebookpagina