Pluimveestal bouwen? Neem fiscale voordelen direct mee in je plan

Een pluimveestal bouwen vraagt om meer dan een goed ontwerp en de juiste vergunningen. Door veranderingen in de Maatlat Duurzame Veehouderij (MDV) zijn de fiscale voordelen van MIA en VAMIL in 2026 minder vanzelfsprekend. Daarom is het belangrijk om hier al in de eerste plannen rekening mee te houden.

Pluimveestal

Expert

Fiscale voordelen blijven interessant

De afgelopen jaren waren de marktomstandigheden in de pluimveehouderij gunstig. Daardoor ontstond bij veel pluimveehouders ruimte om te investeren in nieuwe stallen, vervangende huisvesting of overdekte uitlopen.

Bij zulke investeringen spelen fiscale voordelen vaak een belangrijke rol. Ook in 2026 staat de duurzame pluimveestal op de Milieulijst. Daarmee kun je onder voorwaarden gebruikmaken van:

  • 36% Milieu-investeringsaftrek (MIA)
  • 75% Willekeurige afschrijving milieu-investeringen (VAMIL)

Vooral de MIA kan een aanzienlijk belastingvoordeel opleveren.

Een positieve verandering is dat je het aantal vergunde dieren op je bedrijf nu wel mag uitbreiden en toch in aanmerking kunt komen voor MIA en VAMIL. Wel blijft de termijn voor de MIA-melding ongewijzigd. Je moet deze melding indienen binnen drie maanden na afloop van het kwartaal waarin je de eerste investeringsverplichting bent aangegaan.

Vergunningen blijven een belangrijke factor

Een bouwplan begint meestal met het ontwerp van de stal en het aanvragen van vergunningen. Juist dat vergunningstraject zorgt de laatste jaren regelmatig voor vertraging.

Voor de fiscale voordelen is niet alleen de vergunning zelf van belang, maar ook de timing ervan. De eisen vanuit de MDV sluiten namelijk nauw aan op de vergunningverlening. Daardoor kunnen vertragingen gevolgen hebben voor het behalen van een MDV-certificaat en daarmee voor de fiscale voordelen.

Wat verandert er in de MDV in 2026?

De Maatlat Duurzame Veehouderij (MDV) bevat in 2026 twee belangrijke wijzigingen die gevolgen hebben voor nieuwbouw- en renovatieprojecten.

1. Meer onzekerheid door vergunningseisen

Voor het aanvragen van een stalontwerpcertificaat mag je uitgaan van aangevraagde vergunningen.

Voor het definitieve MDV-certificaat geldt echter dat dit binnen twee jaar na afgifte van het ontwerpcertificaat moet zijn afgerond op basis van verleende vergunningen.

Met name de natuurvergunning kan hierbij een uitdaging vormen. Omdat vergunningprocedures lastig voorspelbaar zijn, ontstaat onzekerheid over het tijdig verkrijgen van het definitieve certificaat. Dat kan uiteindelijk gevolgen hebben voor het benutten van de fiscale voordelen.

2. Strengere eisen voor ammoniakreductie

De grootste verandering zit in de maatlat ammoniak.

Tot en met MDV versie 15 waren veel erkende emissiearme stalsystemen automatisch opgenomen in de maatlat. Vanaf 2026 komen alleen systemen met aantoonbare bovenwettelijke milieuprestaties nog in aanmerking.

Voor leghennenstallen betekent dit dat alleen het systeem met luchtwasser (LW 2.8) binnen de maatlat ammoniak is opgenomen.

Voor vleeskuikenstallen zijn dat:

  • luchtwasser (LW 2.8)
  • zwevende vloer met strooiseldroging (HE 5.1)
  • etagesysteem met volledige roostervloer en mestbeluchting (HE 5.3)

Veel bestaande vergunningen zijn gebaseerd op andere stalsystemen. Wanneer je alsnog gebruik wilt maken van MIA en VAMIL, moet je de vergunning vaak aanpassen. Dit kan leiden tot hogere kosten, vertraging van het bouwproces en extra onzekerheid.

Innovatie wordt steeds belangrijker

Binnen de pluimveehouderij worden luchtwassers nog relatief weinig toegepast. Dat komt onder andere door de hoge ventilatievolumes, de aanwezigheid van fijnstof en de beschikbaarheid van alternatieve technieken zoals mestdroging en mestbandbeluchting.

Toch verschuift de aandacht steeds meer naar systemen waarvan de emissiereductie goed aantoonbaar en juridisch onderbouwd is. Daardoor kunnen luchtwassystemen in de toekomst een grotere rol gaan spelen.

Ook worden nieuwe technieken ontwikkeld. Zo wordt gewerkt aan systemen die een luchtwasser combineren met een warmtewisselaar. Deze innovaties kunnen niet alleen bijdragen aan lagere emissies, maar ook aan een betere diergezondheid en meer dierenwelzijn.

Begin met de fiscale strategie in de ontwerpfase

Wil je een nieuwe pluimveestal bouwen en gebruikmaken van fiscale voordelen? Dan is het belangrijk om de MDV-eisen niet achteraf te beoordelen, maar direct mee te nemen in het ontwerp.

Door al in de ontwerpfase na te denken over het gewenste stalsysteem, de vergunningen en de fiscale mogelijkheden, voorkom je vertraging en vergroot je de kans dat je daadwerkelijk gebruik kunt maken van MIA en VAMIL.

Een goede voorbereiding zorgt voor de kortste route naar een toekomstbestendige stal én een optimaal financieel resultaat.

Meer weten?

aaff is graag overal van betekenis. Heb je vragen over het bouwen van een pluimveestal, de MDV-regeling of de fiscale voordelen van MIA en VAMIL? Neem dan contact op met onze specialisten.

Aanmelden nieuwsbrief

Altijd op de hoogte van het laatste nieuws

Volg aaff op Facebook

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws via onze Facebookpagina