Expert
Sturen op NH₃-emissie per hectare vraagt om scherpe keuzes in je bedrijfsvoering. Het draait om intensiteit, bemesting, rantsoen en soms ook om investeringen in techniek. Niet alles heeft evenveel impact. Sommige maatregelen leveren een paar kilo winst op, andere raken de kern van je bedrijfsmodel. We zetten de belangrijkste stuurmogelijkheden op een rij en koppelen die aan cijfers uit de praktijk. Zo krijg je inzicht in waar je staat en waar je echt verschil kunt maken.
Je bepaalt de NH₃-emissie per hectare door de totale ammoniakuitstoot van het bedrijf te delen door het beschikbare areaal. Wie dit kengetal wil verlagen, moet dus vooral kijken naar de bronnen die de grootste bijdrage leveren aan de emissie: de stal en mestopslag en de bemesting. Emissies uit bovengrondse gewasresten spelen een kleine rol en zijn daarom minder bepalend.
De ammoniakemissie die in de stal en mestopslag ontstaat, hangt sterk samen met de intensiteit van het bedrijf: hoe meer GVE per hectare, hoe hoger de emissie. Iedere GVE veroorzaakt gemiddeld ongeveer 13 kilogram ammoniak per jaar, waardoor het aantal dieren per hectare automatisch een grote invloed heeft op het totale emissieniveau. Bedrijven met 2 GVE per hectare komen vanuit stal en opslag daardoor al snel tussen de 20 en 30 kg NH₃ per hectare uit, terwijl bedrijven met 3 GVE vaak tussen de 30 en 45 kg NH₃ per hectare uitkomen.
De uitstoot per GVE is niet volledig vaststaand. Met rantsoenmaatregelen kun je de emissie enigszins beïnvloeden. Door het ruw eiwitgehalte van het rantsoen te verlagen of door juist meer energie te voeren, daalt de stikstofuitscheiding en ontstaat minder ammoniakvorming. Beweiding helpt ook daarbij want urine en mest, die tijdens het beweiden op het land terechtkomen, leiden tot lagere emissies dan mest die in de stal vrijkomt doordat de mest en urine minder met elkaar in aanraking komen. Toch blijft de totale reductie via rantsoenmaatregelen beperkt. In de meeste gevallen valt er 5 tot 10 procent NH₃ emissie reductie te behalen via het rantsoen.
Meer reductie is mogelijk met emissiearme stalsystemen, mits dit qua bedrijfsvoering en vergunningen haalbaar is. Voor sommige bedrijven kan dit een oplossing zijn, maar de investeringen zijn hoog en vergunningverlening is ingewikkeld.
Andere optimalisaties zoals bijvoorbeeld het verbeteren van de ventilatie in de stal en het frequent schoonhouden van de roosters dragen wel bij. De KringloopWijzer verwerkt deze optimalisaties niet als emissiereducerende maatregel.
Ook bemesting heeft een belangrijke invloed op de NH₃-emissie per hectare. De hoeveelheid drijfmest die je per hectare uitrijdt, bepaalt in sterke mate de totale emissie uit bemesting. De afbouw van de derogatie leidde tot een lagere emissie, doordat bedrijven minder dierlijke mest per hectare uitrijden. De wijze van toediening heeft ook een beperkte invloed. Emissiearm mest uitrijden (mest verdund met water) helpt, maar maakt geen enorm verschil als het mestvolume per hectare gelijk blijft. Bij kunstmest is de ammoniakemissie lager dan bij dierlijke mest, maar vooral ureum houdende meststoffen vragen aandacht vanwege hun hogere vervluchtigingsrisico. Met een ureaseremmer kun je de vervluchtiging beperken De hoeveelheid drijfmest die je per hectare uitrijdt, bepaalt in sterke mate de totale emissie uit bemesting.
Een bijzondere factor is het effect van natuurgrond. Percelen natuurgras tellen mee in de deelfactor van de berekening (ze vergroten dus het aantal hectares), maar je mag er in de meeste gevallen geen of slechts beperkt mest uitrijden. Hierdoor ontstaat een lage emissie per hectare vanuit bemesting, wat het totale bedrijfsgemiddelde gunstig beïnvloedt. Voor bedrijven zonder natuurgrond en zonder derogatie ligt de emissie uit bemesting in de regel tussen de 20 en 30 kg NH₃ per hectare.
Uit gegevens van 1177 melkveebedrijven (cijfers van 2024) blijkt dat er een sterke relatie is tussen GVE per ha en NH₃ emissie per ha. Het gemiddelde bedrijf had een emissie van 52 kg NH₃ per hectare, bij een intensiteit van 2,18 GVE per hectare en een aandeel van 5% natuurgras. Bedrijven onder de 40 kg NH₃ per hectare hebben gemiddeld 1,55 GVE per hectare, terwijl bedrijven boven de 60 kg NH₃ richting de 3 GVE per hectare gaan. Het aandeel natuurgras daalt daarbij van gemiddeld 9,8 ha naar slechts 0,7 ha. Belangrijk om op te merken is dat dit cijfers betreft van 2024, een jaar waarin de derogatie nog niet volledig was afgebouwd. Verdere afbouw van derogatie zal de gemiddelde emissie met 2-3 punten NH₃-emissie per hectare laten dalen.
| Indeling o.b.v. NH₃ emissie per ha | <40 | 40-50 | 50-60 | >60 | gemiddeld |
| Aantal bedrijven | 180 | 318 | 413 | 266 | 1177 |
| NH₃ emissie per ha | 32 | 45 | 54 | 70 | 52 |
| Aantal GVE melkvee | 114 | 129 | 140 | 189 | 144 |
| Areaal gewassen totaal | 73 | 66 | 63 | 68 | 66 |
| GVE per ha | 1,55 | 1,96 | 2,22 | 2,81 | 2,18 |
| Gem. natuurgras ha | 9,8 | 3,6 | 1,6 | 0,7 | 3,2 |
| % natuurgras van totaal areaal | 13 | 5 | 3 | 1 | 5 |
| Gem. RE/KVEM | 158 | 163 | 165 | 166 | 164 |
In de praktijk bepaalt de intensiteit van het bedrijf grotendeels de NH₃-emissie per hectare. Hoe hoger het aantal GVE per hectare, hoe hoger de emissie. Factoren zoals het aandeel natuurgrasland en een emissiearm stalsysteem kunnen daarnaast een duidelijk effect hebben. Rantsoenmaatregelen, extra weidegang of emissiearme mestaanwending leveren wel degelijk winst op, maar beperken de emissie doorgaans slechts met enkele kilo’s per hectare.
aaff is graag overal van betekenis. Wil je meer weten over het kengetal NH₃-emissie per hectare en hoe je deze kunt reduceren? Neem contact op met onze bedrijfsadviseurs.
Blijf op de hoogte van het laatste nieuws via onze Facebookpagina
Altijd op de hoogte van het laatste nieuws