Versobering vergoeden extraterritoriale kosten

Werkgevers kunnen onder voorwaarden de extra kosten van tijdelijk verblijf buiten het land van herkomst in het kader van de dienstbetrekking onbelast vergoeden. Dit zijn de zogenoemde extraterritoriale kosten. Sinds 1 januari 2026 is de regeling voor het vergoeden van deze kosten versoberd.

Services
Werknemers op vliegveld

Hoe kun je extraterritoriale kosten vergoeden?

Extraterritoriale kosten kunnen via twee regelingen worden vergoed:

  1. De expatregeling (voorheen de 30%-regeling): onder voorwaarden kun je een forfaitaire onbelaste vergoeding toepassen van maximaal 30% van het loon (dit percentage wordt per 1 januari 2027 verlaagd naar 27%).
  2. De regeling voor vergoeding van de werkelijke extraterritoriale kosten, hierbij vergoedt de werkgever de daadwerkelijk gemaakte extraterritoriale kosten onbelast.

De versobering per 1 januari 2026 heeft uitsluitend betrekking op deze tweede regeling (de vergoeding van de werkelijke extraterritoriale kosten). 

Welke kostenposten worden afgeschaft?  

Sinds 1 januari 2026 kunnen bij vergoeding van de werkelijke extraterritoriale kosten de volgende kosten niet langer onbelast worden vergoed:

  • de extra kosten van levensonderhoud, bijvoorbeeld de kosten van gas, water, licht en andere nutsvoorzieningen;
  • de gesprekskosten voor privédoeleinden met het land van herkomst.

Volgens de wetgever is een onbelaste vergoeding van deze kosten niet langer gerechtvaardigd, omdat bij de beloning van deze werknemers al rekening is gehouden met het Nederlandse prijspeil. Zij ontvangen immers een loon dat ten minste gelijk is aan het Nederlandse wettelijke minimumloon. 

Let op: deze kosten kunnen eventueel nog wél worden vergoed als belast loon, of onder voorwaarden worden aangewezen als eindheffingsloon binnen de vrije ruimte van de werkkostenregeling (WKR). Dit kan echter leiden tot extra loonkosten of een beroep op de beschikbare vrije ruimte.

Welke werkgevers raakt dit?

De versobering raakt met name werkgevers die werken met arbeidsmigranten uit Midden‑ en Oost‑Europa die tijdelijk in Nederland werkzaam zijn. In de praktijk ruilen deze werknemers vaak een deel van hun brutoloon in voor een netto kostenvergoeding via een cafetariaregeling. Doordat bepaalde kosten vanaf 2026 niet meer onbelast mogen worden vergoed, is deze uitruilmogelijkheid deels beperkt. Dit betekent dat je in veel gevallen te maken krijgen met hogere loonkosten, als je het nettoloon van de werknemer op hetzelfde niveau willen houden.

Welke acties ondernemen?

Werkgevers die vergoedingen geven voor extraterritoriale kosten doen er goed aan om:

  • bestaande vergoedingsafspraken opnieuw te beoordelen;
  • cafetariaregelingen op dit punt kritisch tegen het licht te houden;
  • te bekijken of vergoedingen moeten worden aangepast of (deels) belast moeten worden;
  • zo nodig opnieuw in gesprek te gaan met werknemers over de arbeidsvoorwaarden.

Meer weten?

aaff is graag overal van betekenis. Wil je meer weten over de gevolgen van de versobering van de extraterritoriale kostenregeling voor jouw organisatie? Onze fiscale adviseurs helpen je graag. Neem contact op met een van onze fiscalisten

Bekijk alle fiscale wijzigingen uit het Belastingplan 2026.

Aanmelden nieuwsbrief

Altijd op de hoogte van het laatste nieuws

Volg aaff op LinkedIn

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws via onze LinkedIn pagina