Expert
Vanuit de cao beroepsgoederenvervoer zijn er diverse vergoedingen waar werknemers in de logistiek en transport recht op hebben. Dit moet je weten als werkgever.
Iedere werknemer die verder dan tien kilometer (enkele reisafstand) van zijn werk woont, heeft recht op een reiskostenvergoeding voor woon-werkverkeer van 0,23 per kilometer De eerste 10 kilometer vallen niet onder deze vergoeding en er geldt een maximale afstand van 35 kilometer. Kortom, bij een afstand van 42 kilometer krijgt een werknemer maximaal 25 kilometer enkele reisafstand vergoed.
Voor de gemaakte kosten, zoals maaltijden, overige consumpties en sanitaire voorzieningen heeft de werknemer recht op netto verblijfskosten. Dit is uitgezonderd kosten voor logies, inrichting cabine, koerswisselingen, uitbetaalde fooien, telefoon- en overige kosten. De vergoedingen zijn als volgt opgebouwd binnen de arbeidsvoorwaarden in logistiek en transport.
Eendaagse ritten (vertrek en aankomst binnen 24 uur)
| Voorwaarde | Vergoeding |
|---|---|
| Afwezigheid korter dan 4 uur | Geen onbelaste vergoeding |
| Afwezigheid langer dan 4 uur | € 0,83 per uur |
| Tussen 18:00 en 24:00 uur, indien vertrek vóór 14:00 uur | € 3,77 per uur |
| Indien vertrek na 14:00 uur en afwezigheidsduur van ten minste 12 uur | € 15,73 |
Meerdaagse ritten
| Dag | Tijdstip | Vergoeding |
|---|---|---|
| Eerste dag | Algemeen | € 1,65 per uur |
| Tussen 17:00 en 24:00 uur, indien vertrek vóór 17:00 uur | € 3,77 per uur | |
| Tussentijdse dagen | — | € 65,04 per dag |
| Laatste dag | Algemeen | € 1,65 per uur |
| Tussen 18:00 en 24:00 uur | € 3,77 per uur | |
| Tussen 24:00 en 06:00 uur | € 1,65 per uur | |
| Tussen 24:00 en 06:00 uur, indien aankomst na 12:00 uur | € 3,77 per uur |
Verblijft een werknemer in het kader van zijn dienstuitvoering gedurende een weekend of een (buitenlandse) feestdag niet op zijn standplaats en kunnen er voor die dag geen werkzaamheden aan hem worden opgedragen? Dan ontvangt hij voor het niet-vrijwillig verblijf per 1 januari 2026 een extra vergoeding € 28,20 bruto per dag.
Een stagiair (geen BBL’er), die ten minste vier dagen in de week ervaring opdoet op de werkvloer heeft recht op een vergoeding van minimaal € 300 bruto per maand. Bij minder dan vier dagen krijgt de stagiair een evenredig deel van dit minimum.
Als een werknemer de opdracht heeft gekregen zich beschikbaar te houden voor werkzaamheden, dan heeft hij recht op een vergoeding hiervoor. Per 1 januari 2026 zijn de bedragen hiervoor verhoogd naar € 3,54 per uur met een maximum van € 28,29 bruto per etmaal. Dit zijn vanaf 1 januari 2026 de minimumbedragen.
Als een werknemer een opleiding volgt in opdracht van zijn werkgever, dan heeft de werknemer in principe recht op een vergoeding. Deze vergoeding is over het algemeen 100% van alle kosten. De cursustijd valt ook onder deze vergoeding, maar de uren worden niet meegenomen in het bepalen van de overuren.
In de periode dat een werknemer arbeidsongeschikt is, heeft hij recht op compensatie van zijn overuren. Dit is gelijk aan:
Het gemiddelde kan niet hoger zijn dan 37,5% van de individueel overeengekomen arbeidstijd per week. Het totale bedrag kan niet hoger zijn dan 48,75% van het functieloon (= 15 overuren à 130%). Als er geen sprake is van een bedrijfsongeval wordt het gemiddeld aantal overuren eerst met een kwart verminderd. Vervolgens kan het bedrag niet meer bedragen dan 22,75% van het functieloon (7 overuren à 130%).
Als werkgever kan je een toeslag toekennen aan chauffeurs, die werken met producten die schadelijk zijn voor de gezondheid en/of een grote verontreiniging kunnen veroorzaken. De toeslag bedraagt bruto maximaal € 42,14 per 4 weken, respectievelijk € 45,81 per maand.
Voor het structureel werken in vrieshuizen geldt een brutotoeslag van € 42,14 per 4 weken respectievelijk € 45,81 per maand.
Voor alle verlofdagen (maar niet de ATV-dagen) bestaat het loon uit de volgende onderdelen:
Voor ééndaagse ritten wordt voor diensturen op maandag tot en met zondag tussen 21.00 uur en 05.00 uur een toeslag van 19% op het uurloon toegekend. Van dit percentage mag je in positieve zin, ten gunste van de werknemer, afwijken. Als je recht hebt op een toeslag voor diensturen tussen 21 en 05 én je hebt ook recht op ploegentoeslag, dan krijg je alleen de ploegentoeslag uitgekeerd.
Let op: werkt een medewerker tussen 21 en 5 uur en heeft hij meer dan 8 uur gewerkt? Dan heeft hij zowel recht op overwerktoeslag, als op toeslag voor het werken tussen 21 en 5 uur. Deze toeslagenmatrix kan je ook op niet-rijdend personeel toepassen.
De ploegentoeslag heeft een minimum-maximum karakter met een brandbreedte waarbinnen je als werkgever het percentage kan vaststellen:
aaff is graag overal van betekenis. Door kennis te delen, advies te geven en voor inzicht te zorgen. Wil je meer weten over de vergoedingen vanuit de cao beroepsgoederenvervoer? Neem contact op met de specialisten van aaff Salaris- en Personeelsdiensten.
Altijd op de hoogte van het laatste nieuws
Blijf op de hoogte van het laatste nieuws via onze LinkedIn pagina