Expert
Vanwege de Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza) moest voor boekjaar 2024 bijna iedere zorgonderneming in Nederland bij het CIBG de jaarverantwoording zorg invullen. Deze moest je uiterlijk 31 mei 2025 indienen. Voor veel zorglandbouwers was 2024 de eerste keer.
Om te voldoen aan de Wet marktordening gezondheidszorg (WMG) stelden we nieuwe rapportagemodellen voor de jaarrekening op. De zorgondernemers gebruikten deze voor de financiële paragraaf in de jaarverantwoording. Het voordeel van deze extra jaarrekening is dat de gegevens één-op-één zijn over te nemen in het invulveld van het CIBG. Ook zijn enkel de hoogstnodige gegevens vermeld. Onze zorglandbouwers hebben over het algemeen geen moeite om transparant te zijn in het verantwoorden van de zorggelden. Echter zijn in deze WMG-rapporten overbodige gegevens zoals grondposities, aantal productierechten, privé-specificaties en activastaten achterwege gelaten.
De deadline van 31 mei 2025 zorgde voor een enorme uitdaging, maar het is uiteindelijk gelukt om de jaarrekeningen tijdig klaar te hebben. Voor de zorglandbouwers is het een voordeel dat de jaarrekening 2024 vroeg klaar was, maar de deadline zorgde er ook voor dat we andere bedrijven (vaak met een deadline van de bank) in de planning naar achteren moesten schuiven. We zijn daarom van mening dat de deadline van de WMG van 31 mei veel te vroeg is.
We hebben steeds gesteld dat, wanneer je wettelijk verplicht bent om iets te rapporteren, je beter ook maar van een nood een deugd kan maken. Dit doen we middels onze zorglandbouwmonitor. We hadden hier al vijf jaar referentiecijfers voor de zorglandbouw in zitten. Het voordeel van de vroege deadline en de verplichting voor de jaarverantwoording, is dat we voor het zesde jaar een nóg beter inzicht hebben in onze zorglandbouwers dan voorheen. Waar we voorheen alleen referentiecijfers voor alle zorglandbouwers samen hebben gemaakt, beschikken we vanaf 2024 over twee afzonderlijke referentiecijfers. Eén voor de doelgroep ‘ouderen’ en één voor de doelgroep ‘beperking en jeugd’. Hiermee bieden we onze klanten een nog beter inzicht hoe zij financieel presteren ten opzichte van hun collega’s met dezelfde doelgroep.
Uit onze algemene zorglandbouwreferentiecijfers van 2024 blijkt dat het aaff-referentiebedrijf in 2024 een capaciteit van 16 plaatsen en bijna 8.000 dagdelen per jaar heeft. Het referentiebedrijf heeft 3,4 fte in dienst en bestaat daarnaast uit 1,3 fte aan ondernemers.
Ook rekenden we in deze referentiecijfers het gewaardeerd ondernemersloon van € 65.000 per fte mee. Hierdoor krijg je een beter inzicht in de gepubliceerde cijfers bij het CIBG voor de jaarverantwoording 2024. Veel van onze klanten gebruikten de extra invoervelden bij het CIBG om de cijfers toe te lichten voor het gewaardeerd ondernemersloon. Waarbij deze € 65.000 geen officiële norm is. Volgens de Wet Normering Topinkomens Klasse I was het bezoldigingsmaximum in 2024 € 130.000 per topfunctionaris.
De zorgmarge (zorgomzet - directe kosten - personeelskosten - gewaardeerd ondernemersloon) ten opzichte van de zorgomzet is in 2024 34% en daarmee vergelijkbaar met de 35% van 2023. Dit is niet de winst want hier moeten de overige kosten nog vanaf. Als we deze overige kosten in mindering brengen, resteert een zorgresultaat van 13% t.o.v. de omzet. Aandachtspunt is de hoogte van het gewaardeerd ondernemersloon. Er zijn onderzoeksrapporten opgesteld, waarbij ze uitgaan van de Wet Normering Topinkomens. Stel dat we deze hanteren, dan zou je met een gewaardeerd ondernemersloon van € 130.000 moeten rekenen. In dat geval zou er sprake zijn van een fors verlies. De conclusie is dat zorglandbouwbedrijven gezonde bedrijven zijn, maar dat er absoluut geen sprake is van een excessieve winst voor onze referentiebedrijven.
aaff is graag overal van betekenis. Wil je meer weten over de zorglandbouwmonitor of de jaarverantwoording voor zorgondernemers? Neem dan contact op met een van onze specialisten.
Altijd op de hoogte van het laatste nieuws
Blijf op de hoogte van het laatste nieuws via onze Facebookpagina