Intern toezicht in de jeugdzorg: wat betekent de verplichte toezichthouder?

Intern toezicht in de jeugdzorg wordt voor veel organisaties een wettelijke verplichting. Dat heeft gevolgen voor je governance, besluitvorming en toezichtstructuur. Of je nu een stichting, BV, maatschap, vof of eenmanszaak hebt: het is belangrijk om op tijd te beoordelen welke stappen jouw organisatie moet zetten.

Kind in een stal

Expert

Wat verandert er voor jeugdzorgorganisaties?

Met de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg gelden vanaf 1 januari 2026 nieuwe eisen voor gecertificeerde instellingen en bepaalde jeugdhulpaanbieders. Een van de belangrijkste wijzigingen is de verplichting om een onafhankelijke interne toezichthouder te hebben.

Deze toezichthouder houdt toezicht op het beleid van de dagelijkse of algemene leiding en op de algemene gang van zaken binnen de organisatie. Daarbij kijkt de toezichthouder onder andere naar:

  • kwaliteit van de zorg;
  • continuïteit van de organisatie;
  • financiële beheersing;
  • maatschappelijke verantwoordelijkheid;
  • risico's en interne beheersing.

De bedoeling is dat toezicht niet alleen op papier bestaat, maar ook daadwerkelijk bijdraagt aan goed bestuur en verantwoorde zorg.

Voor wie geldt de verplichting?

De verplichting geldt in hoofdlijnen voor gecertificeerde instellingen en voor jeugdhulpaanbieders die boven bepaalde omvangsgrenzen uitkomen.

Of jouw organisatie onder de regeling valt, hangt af van de activiteiten, omvang en juridische structuur. Daarom is een individuele beoordeling belangrijk.

De Jeugdwet hanteert een brede definitie van een jeugdhulpaanbieder. Daardoor kunnen verschillende organisatievormen binnen de reikwijdte van de regeling vallen.

Raad van Toezicht of Raad van Commissarissen?

De naam van het toezichthoudende orgaan is minder belangrijk dan de functie die het vervult.

Bij een stichting wordt meestal gekozen voor een Raad van Toezicht. Bij een BV ligt een Raad van Commissarissen meer voor de hand. In beide gevallen moet de toezichthouder onafhankelijk zijn en beschikken over de bevoegdheden die nodig zijn om effectief toezicht te houden.

Een goed ingerichte toezichthouder:

  • ontvangt voldoende informatie;
  • kan kritisch toezicht houden;
  • adviseert het bestuur;
  • bewaakt de continuïteit van de organisatie;
  • opereert onafhankelijk van de dagelijkse leiding.

Geldt dit ook voor eenmanszaken, maatschappen en vof's?

Ja. Ook organisaties zonder rechtspersoonlijkheid kunnen met deze verplichting te maken krijgen.

Een eenmanszaak, maatschap of vof heeft meestal geen statuten. Dat betekent echter niet dat intern toezicht niet hoeft te worden geregeld. De toezichtstructuur moet dan op een andere manier aantoonbaar worden vastgelegd.

Denk bijvoorbeeld aan:

  • een reglement voor de interne toezichthouder;
  • afspraken in een maatschaps- of vennootschapsovereenkomst;
  • een bestuurs- of directiereglement;
  • een informatieprotocol;
  • benoemingsbesluiten van toezichthouders.

Het doel blijft hetzelfde: duidelijk maken wie toezicht houdt, welke informatie beschikbaar wordt gesteld en hoe onafhankelijkheid is geborgd.

Moet je de statuten aanpassen?

Voor veel stichtingen, verenigingen en BV's is het antwoord ja.

Als er nog geen interne toezichthouder is opgenomen in de governance, zijn statutenwijzigingen vaak nodig. Ook wanneer er al een toezichthoudend orgaan bestaat, is het verstandig om te controleren of de huidige statuten aansluiten bij de nieuwe wettelijke eisen.

In de statuten leg je bijvoorbeeld vast:

  • de inrichting van het toezichthoudende orgaan;
  • benoeming, schorsing en ontslag van leden;
  • onafhankelijkheidseisen;
  • informatievoorziening;
  • bevoegdheden en goedkeuringsrechten.

Hiermee voorkom je onduidelijkheid over rollen, verantwoordelijkheden en besluitvorming.

Zorg voor duidelijke afspraken tussen bestuur en toezichthouder

Goed intern toezicht vraagt meer dan alleen aangepaste statuten. Heldere werkafspraken zijn minstens zo belangrijk.

Het bestuur blijft verantwoordelijk voor de dagelijkse leiding. De toezichthouder houdt toezicht, stelt kritische vragen en geeft advies. Om die rol goed te kunnen vervullen, moet de toezichthouder tijdig beschikken over relevante informatie.

Denk aan rapportages over:

  • financiën;
  • kwaliteit van zorg;
  • personeelsontwikkeling;
  • risico's;
  • incidenten;
  • continuïteit van de organisatie.

Daarnaast zijn aanvullende documenten vaak noodzakelijk, zoals een reglement voor de Raad van Toezicht of Raad van Commissarissen, een bestuursreglement en een rooster van aftreden.

Wat kun je nu doen?

Wacht niet tot de ingangsdatum dichterbij komt. Door tijdig je governance te beoordelen, voorkom je verrassingen.

Controleer daarom:

  • of jouw organisatie onder de verplichting valt;
  • welke rechtsvorm je hebt;
  • of er al een toezichthoudend orgaan aanwezig is;
  • of de onafhankelijkheid van toezichthouders voldoende is geborgd;
  • of statuten, overeenkomsten of reglementen moeten worden aangepast;
  • of informatie- en besluitvormingsprocessen duidelijk zijn ingericht.

Zo zorg je ervoor dat intern toezicht niet alleen voldoet aan de wet, maar ook bijdraagt aan een sterke en toekomstbestendige organisatie.

Meer weten?

aaff is graag overal van betekenis. Heb je vragen over intern toezicht in de jeugdzorg of de gevolgen voor jouw organisatie? Neem dan contact op met onze specialisten.

Aanmelden nieuwsbrief

Altijd op de hoogte van het laatste nieuws

Volg aaff op Facebook

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws via onze Facebookpagina