Expert
Intern toezicht in de jeugdzorg wordt voor veel organisaties een wettelijke verplichting. Dat heeft gevolgen voor je governance, besluitvorming en toezichtstructuur. Of je nu een stichting, BV, maatschap, vof of eenmanszaak hebt: het is belangrijk om op tijd te beoordelen welke stappen jouw organisatie moet zetten.
Met de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg gelden vanaf 1 januari 2026 nieuwe eisen voor gecertificeerde instellingen en bepaalde jeugdhulpaanbieders. Een van de belangrijkste wijzigingen is de verplichting om een onafhankelijke interne toezichthouder te hebben.
Deze toezichthouder houdt toezicht op het beleid van de dagelijkse of algemene leiding en op de algemene gang van zaken binnen de organisatie. Daarbij kijkt de toezichthouder onder andere naar:
De bedoeling is dat toezicht niet alleen op papier bestaat, maar ook daadwerkelijk bijdraagt aan goed bestuur en verantwoorde zorg.
De verplichting geldt in hoofdlijnen voor gecertificeerde instellingen en voor jeugdhulpaanbieders die boven bepaalde omvangsgrenzen uitkomen.
Of jouw organisatie onder de regeling valt, hangt af van de activiteiten, omvang en juridische structuur. Daarom is een individuele beoordeling belangrijk.
De Jeugdwet hanteert een brede definitie van een jeugdhulpaanbieder. Daardoor kunnen verschillende organisatievormen binnen de reikwijdte van de regeling vallen.
De naam van het toezichthoudende orgaan is minder belangrijk dan de functie die het vervult.
Bij een stichting wordt meestal gekozen voor een Raad van Toezicht. Bij een BV ligt een Raad van Commissarissen meer voor de hand. In beide gevallen moet de toezichthouder onafhankelijk zijn en beschikken over de bevoegdheden die nodig zijn om effectief toezicht te houden.
Een goed ingerichte toezichthouder:
Ja. Ook organisaties zonder rechtspersoonlijkheid kunnen met deze verplichting te maken krijgen.
Een eenmanszaak, maatschap of vof heeft meestal geen statuten. Dat betekent echter niet dat intern toezicht niet hoeft te worden geregeld. De toezichtstructuur moet dan op een andere manier aantoonbaar worden vastgelegd.
Denk bijvoorbeeld aan:
Het doel blijft hetzelfde: duidelijk maken wie toezicht houdt, welke informatie beschikbaar wordt gesteld en hoe onafhankelijkheid is geborgd.
Voor veel stichtingen, verenigingen en BV's is het antwoord ja.
Als er nog geen interne toezichthouder is opgenomen in de governance, zijn statutenwijzigingen vaak nodig. Ook wanneer er al een toezichthoudend orgaan bestaat, is het verstandig om te controleren of de huidige statuten aansluiten bij de nieuwe wettelijke eisen.
In de statuten leg je bijvoorbeeld vast:
Hiermee voorkom je onduidelijkheid over rollen, verantwoordelijkheden en besluitvorming.
Goed intern toezicht vraagt meer dan alleen aangepaste statuten. Heldere werkafspraken zijn minstens zo belangrijk.
Het bestuur blijft verantwoordelijk voor de dagelijkse leiding. De toezichthouder houdt toezicht, stelt kritische vragen en geeft advies. Om die rol goed te kunnen vervullen, moet de toezichthouder tijdig beschikken over relevante informatie.
Denk aan rapportages over:
Daarnaast zijn aanvullende documenten vaak noodzakelijk, zoals een reglement voor de Raad van Toezicht of Raad van Commissarissen, een bestuursreglement en een rooster van aftreden.
Wacht niet tot de ingangsdatum dichterbij komt. Door tijdig je governance te beoordelen, voorkom je verrassingen.
Controleer daarom:
Zo zorg je ervoor dat intern toezicht niet alleen voldoet aan de wet, maar ook bijdraagt aan een sterke en toekomstbestendige organisatie.
aaff is graag overal van betekenis. Heb je vragen over intern toezicht in de jeugdzorg of de gevolgen voor jouw organisatie? Neem dan contact op met onze specialisten.
Altijd op de hoogte van het laatste nieuws
Blijf op de hoogte van het laatste nieuws via onze Facebookpagina