Miljoenennota 2027 en de varkenshouderij: ruimte voor ondernemers

De Miljoenennota 2027 legt nadruk op innovatie, klimaat, voedselzekerheid en doelsturing. Juist op deze thema’s heeft de Nederlandse varkenshouderij de afgelopen jaren grote stappen gezet. De belangrijkste vraag is daarom niet óf de sector toekomst heeft, maar of ondernemers voldoende ruimte krijgen om verder te investeren.

Varkens in stal

Expert

Business developer varkenshouderij

Portretfoto van Frank Steenbreker

De varkenshouderij werkt aan de toekomst

Nederland beschikt over een van de meest innovatieve en efficiënte varkenshouderijen ter wereld. Zij produceren veilig voedsel, werken aan een hoge diergezondheid en brachten het antibioticagebruik de afgelopen jaren sterk terug. Tegelijkertijd investeren veel bedrijven in emissiereductie, dierwaardige huisvesting, circulariteit en duurzame energie. Toch gaat het politieke debat vaak vooral over de uitdagingen van de sector. Dat beeld doet geen recht aan de stappen die ondernemers al zetten. Wie de Miljoenennota 2027 bekijkt, ziet dat onderwerpen als voedselzekerheid, innovatie, klimaat en natuurherstel steeds belangrijker worden. Dat sluit aan bij de ontwikkeling die binnen de varkenshouderij al jaren zichtbaar is.

De sector heeft een duidelijke koers

De Nederlandse varkenshouderij werkt via CoViVa aan een gezamenlijke agenda richting 2040. Daarin staan thema’s als een gezonde leefomgeving, circulariteit, klimaat, energie, dierwaardigheid en een sterke marktpositie centraal. Deze plannen zijn niet alleen toekomstvisies. Op veel bedrijven wordt al geïnvesteerd in:

  • emissiearme stallen;
  • data en managementinformatie;
  • diergezondheid;
  • mestverwaarding;
  • energieproductie;
  • nieuwe marktconcepten.

De ambitie is aanwezig. Voor verdere ontwikkeling is ook een stabiele en voorspelbare overheid nodig.

Opdracht 1: maak doelsturing werkbaar

De Miljoenennota zet in op verdere ontwikkeling van doelsturing. Dat biedt kansen. Niet ieder bedrijf bereikt resultaten op dezelfde manier. De ene ondernemer blinkt uit in emissiereductie, de andere in dierenwelzijn, technische prestaties of circulariteit. Daarom is het logisch om te sturen op resultaten in plaats van op middelen. Voorwaarde is wel dat goede prestaties ook leiden tot ontwikkelruimte. Zonder die ruimte blijft doelsturing in de praktijk beperkt tot extra regelgeving.

Opdracht 2: geef ondernemers vertrouwen om te investeren

Een nieuwe stal of duurzame innovatie vraagt om investeringen voor tientallen jaren. Als je investeert in emissiereductie, verduurzaming of dierwaardige huisvesting, wil je kunnen rekenen op stabiel beleid. Ondernemers die vooroplopen moeten voldoende perspectief hebben op toekomstige ontwikkelruimte en passende regelingen. Langetermijninvesteringen vragen om langetermijnbeleid.

Opdracht 3: zorg voor een gelijk speelveld in Europa

Nederland stelt hoge eisen aan milieu, dierenwelzijn en voedselveiligheid. Dat draagt bij aan een sterke en kwalitatieve sector. Tegelijkertijd is het belangrijk dat Nederlandse ondernemers kunnen concurreren met bedrijven in andere Europese landen. Wanneer nationale eisen verder gaan dan Europese regels zonder passende marktvergoeding, kan productie zich verplaatsen naar andere regio’s zonder dat dit leidt tot extra duurzaamheidswinst. Hogere eisen vragen daarom ook om een passend verdienmodel.

Opdracht 4: erken voedselproductie als strategisch belang

Voedselzekerheid staat opnieuw hoog op de politieke agenda. Geopolitieke spanningen, klimaatverandering en verstoringen in handelsstromen laten zien dat voedselproductie niet vanzelfsprekend is.

Als voedselproductie een strategisch belang is, vraagt dat ook om ruimte voor:

  • innovatie;
  • vergunningverlening;
  • ondernemerschap;
  • investeringen.

Bedrijven die bijdragen aan voedselzekerheid moeten kunnen blijven ontwikkelen.

Opdracht 5: werk aan een sterker verdienmodel

De overheid speelt een belangrijke rol, maar ook de sector zelf heeft een verantwoordelijkheid. Voor een toekomstbestendig verdienmodel zijn producentengroepen, ketensamenwerking en sterke marktconcepten belangrijk. Vooral concepten met aanvullende eisen voor dierenwelzijn en duurzaamheid vragen om een prijs die beter aansluit bij de werkelijke productiekosten.

Daarnaast heeft een kleinere varkenssector gevolgen voor de hele keten. Ook slachterijen, mengvoerbedrijven en andere ketenpartijen zullen zich moeten aanpassen. Minder overcapaciteit kan bijdragen aan een efficiëntere keten en een sterkere concurrentiepositie.

Ambitie is er. Nu nog vertrouwen

De Nederlandse varkenshouderij heeft laten zien dat zij wil investeren, vernieuwen en verantwoordelijkheid neemt. Ondernemers werken dagelijks aan oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen én aan de productie van veilig voedsel. Voor verdere ontwikkeling is vertrouwen nodig. Vertrouwen dat prestaties worden gewaardeerd. Vertrouwen dat investeringen hun waarde behouden. En vertrouwen dat ondernemers kunnen bouwen aan een bedrijf met perspectief voor de volgende generatie.

Ook de sector zelf blijft daarbij een belangrijke rol spelen. Door zichtbaar te maken waar regels onnodig complex zijn en waar vereenvoudiging mogelijk is, ontstaat ruimte voor zowel maatschappelijke doelen als ondernemerschap. Wanneer overheid, ketenpartijen en ondernemers dezelfde richting kiezen, heeft de Nederlandse varkenshouderij niet alleen toekomstperspectief. Dan bouwt de sector daar vandaag al aan.

Meer weten?

aaff is graag overal van betekenis. Heb je vragen over de toekomst van de varkenshouderij, investeringen of de impact van beleid op jouw bedrijf? Neem dan contact op met onze specialisten.

Bekijk alle fiscale wijzigingen uit het Belastingplan 2027.

Aanmelden nieuwsbrief

Altijd op de hoogte van het laatste nieuws

Volg aaff op Facebook

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws via onze Facebookpagina