Strenge voorwaarden bij landbouwvrijstelling en vruchtwisseling

Akkerbouwers, veehouders en tuinders die landbouwgrond tijdelijk uit gebruik geven lopen vanaf nu een risico om de landbouwvrijstelling kwijt te raken. De praktische afspraak hierover uit 2014 is ingetrokken. Het ministerie van Financiën trekt in een nieuw besluit van medio november de touwtjes strak aan. Waar moet je als ondernemer op letten als je grond uit gebruik geeft? 

Services
Aardappelveld

Expert

Senior fiscalist vaktechniek

Portretfoto Arne de Beer

Landbouwvrijstelling voor gronden in eigen gebruik

De landbouwvrijstelling is een zeer belangrijke fiscale regeling voor de landbouwsector. Het komt erop neer dat de waardestijging van weiland, akkerbouwland en tuinbouwgronden binnen de agrarische bestemming, bij verkoop onbelast blijft voor de inkomstenbelasting. Als voorwaarde geldt dat de akkerbouwer, veehouder of tuinder de gronden zelf in zijn eigen landbouwbedrijf moet gebruiken. 

Geen landbouwvrijstelling bij uitgebruikgeving

De waardestijging tijdens verpachting, of andere vormen van uitgebruikgeving aan een andere landbouwer, valt niet onder de landbouwvrijstelling. Bij verkoop van de grond moet je de boekwinst splitsen in een onbelast deel (waardestijging in periode van eigen gebruik) en een belast deel (waardestijging tijdens verpachting). 

Vruchtwisselingsafspraak 2014

De rechter besliste lang geleden dat de landbouwvrijstelling wél van toepassing is als het uit gebruik geven van grond in het belang is van het bedrijf als onderdeel van het schema van vruchtwisseling. In 2014 zijn hierover praktische afspraken gemaakt tussen VLB/LTO en de Belastingdienst, die de nodige ruimte bieden: 

  • geaccepteerd werd dat als je grond voor niet meer dan één jaar uit gebruik geeft of verpacht, gevolgd door een periode van eigen gebruik, in principe vruchtwisseling werd aangenomen;
  • dit gold niet bij de uitgebruikgeving vanwege derogatie. Dan was er geen landbouwvrijstelling mogelijk. 
    Deze praktische afspraak is voor de toekomst vervallen. Voor nieuwe uitgebruikgevingen vanaf 15 november 2025 geldt volgens de Belastingdienst alleen onder strenge voorwaarden nog de landbouwvrijstelling. Let op: derogatie valt volgens de Belastingdienst nooit onder vruchtwisseling.

Strenge voorwaarden fiscale vruchtwisseling

  1. Je hebt een (schriftelijke) overeenkomst nodig op het moment van uit gebruik geven van de grond.
     
  2. De periode van uit gebruik geven is niet langer dan één teelt van de eigenaar van de grond. Tenzij de teeltduur van het gewas van de gebruiker langer is dan één jaar. 
    Er is nog een tweede uitzondering: als je (bepaalde) bolgewassen teelt, waarbij je na één teelt de grond lange tijd niet voor deze teelt kan gebruiken. De termijn van uit gebruik geven mag dan maximaal de periode zijn die voor de grondeigenaar strikt noodzakelijk is om het bolgewas weer te gaan telen.
     
  3. Noodzakelijke uitgebruikgeving voor de bodemgesteldheid (kwaliteitsbehoud voor gewassenteelt van de eigenaar).
    Nieuw is dat de grondeigenaar de noodzaak van het uit gebruik geven van de grond aannemelijk moet maken, bijvoorbeeld met technische studies. Deze noodzaak moet liggen bij de teelt door de grondeigenaar, dus niet bij de teelt van de grondgebruiker.
     
  4. Vruchtwisseling moet gunstig zijn voor de teelt van het gewas direct voorafgaand aan uit gebruik geven. Na het uit gebruik geven, moet ditzelfde gewas door de eigenaar weer op die grond worden geteeld.
    Tenzij je als akkerbouwer jaarlijks meerdere gewassen teelt met gronduitputtende eigenschappen. Je mag dan na de noodzakelijke vruchtwisseling ook een van die andere gewassen gaan telen op het perceel dat je eerder uit gebruik hebt gegeven.
     
  5. Na de strikt noodzakelijke termijn van het uit gebruik geven moet je de grond voor de teelt in het eigen landbouwbedrijf in gebruik nemen.

Gevolgen geen landbouwvrijstelling bij uitgebruikgeving

Er is alleen een fiscaal nadeel voor de waardestijging tijdens de periode van uitgebruikgeving. De waardestijging in de periode van eigen gebruik, blijft onder de landbouwvrijstelling vallen. Daaronder valt ook de eerdere uitgebruikgeving onder de afspraak over vruchtwisseling 2014.

Bestaande overeenkomsten

Heb je op dit moment grond uit gebruik gegeven en loopt de afspraak nog door? De oude afspraak over vruchtwisseling blijft voor overeenkomsten van 14 november 2025 of eerder nog maximaal gelden tot 14 november 2027. Daarna gelden voor de uitgebruikgeving de nieuwe voorwaarden. 

Er zijn nog onduidelijke punten

Niet alles uit de nieuwe voorwaarden van de Belastingdienst is even duidelijk. In dit artikel staat hoe we er nu tegenaan kijken. Onduidelijk punten leggen we voor aan het ministerie. Als we hierover meer weten, komen we met een nieuw artikel.

Conclusie

  • Geef je als landbouwer vanaf 15 november 2025 grond uit gebruik? Dan moet je rekening houden met de nieuwe strenge voorwaarden die de Belastingdienst stelt aan vruchtwisseling. Dit betekent o.a. dat er vooraf een schriftelijke overeenkomst moet worden gemaakt. Je moet de noodzaak van vruchtwisseling kunnen bewijzen.
  • Voldoe je bij een nieuwe uitgebruikgeving van grond niet aan de voorwaarden? Dan vervalt volgens de Belastingdienst jouw recht op de landbouwvrijstelling voor de waardestijging in de periode van uitgebruikgeving.
  • Heb je een lopende overeenkomst van uitgebruikgeving? Dan blijft hiervoor de oude afspraak over vruchtwisseling nog gelden tot 14 november 2027. Daarna stelt de Belastingdienst de nieuwe, strenge voorwaarden. 

Meer weten

aaff is graag overal van betekenis. Geef je grond uit gebruik? Je krijgt dan te maken met de veranderingen in de voorwaarden. Neem contact op met aaff of bespreek jouw situatie met je klantmanager.

Aanmelden nieuwsbrief

Altijd op de hoogte van het laatste nieuws

Volg aaff op Facebook

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws via onze Facebookpagina