Belastingplan 2026: de belangrijkste wijzigingen voor particulieren

Voor particulieren verandert er in 2026 het een en ander op fiscaal gebied. Wij geven een overzicht van de belangrijkste wijzigingen uit het Belastingplan 2026, gepresenteerd door het kabinet op Prinsjesdag.

Services
wijzigingen voor particulieren

Expert

Senior fiscalist vaktechniek

foto Pieter Spooren

Aanpassingen in box 1 

De tarieven in box 1 worden gewijzigd. Ook begint de hoogste belastingschijf pas vanaf een hoger bedrag. Meer weten over de tariefwijzigingen? Lees dan ook ons artikel over tarieven en heffingskortingen

Aanpassingen box 2 

Tarief box 2

In box 2 vallen inkomsten uit een zogenaamd aanmerkelijk belang. Dit is meestal een aandelenbelang van 5% of hoger. Je kunt dan denken aan dividenduitkeringen en winsten behaald bij verkoop van aanmerkelijkbelangaandelen. In 2026 wijzigt het tarief in box 2 niet. Tot een inkomen van € 68.843 (2025 € 67.804) in box 2 bedraagt het tarief 24,5%. Het meerdere wordt belast tegen 31%. 

Aanpassingen box 3 

Wijziging vermogensheffing box 3 

Het forfaitaire rendement in box 3 wijzigt in 2026. Het forfaitaire rendement voor overige bezittingen wijzigt naar 6,00% in 2026 (2025: 5,88%). Het forfaitaire rendement over bank- en spaartegoeden én voor schulden maakt het ministerie van Financiën begin 2026 bekend. De opgaaf werkelijk rendement wordt in 2026 ook meegenomen in de aangifte Inkomstenbelasting, zodat het inkomen in box 3 door de Belastingdienst wordt vastgesteld op de voor jou meest voordelige (of beter: minst nadelige) berekening. Het tarief in  box 3 bedraagt 36% in 2026. 

Heffingsvrijevermogen 

Het heffingsvrije vermogen bedraagt € 59.357 per 2026 (2025: €57.684) per persoon of € 118.714 (2025: € 102.792) voor fiscale partners. 

Leegwaarderatio 

De leegwaarderatio zorgt ervoor dat een korting op de WOZ-waarde van een verhuurde woning mag worden toegepast, als de jaarhuur lager is dan een vooraf bepaald percentage van de WOZ-waarde van de woning. Voor de Inkomstenbelasting kan de leegwaarderatio de te betalen box 3-belasting verminderen. Het komt voor dat de WOZ-waarde van de verhuurde woning ondanks de leegwaarderatio toch nog te hoog wordt vastgesteld: voor die gevallen bestaat vanaf 1 januari 2026 een tegenbewijsregeling. Is de waarde in het economisch verkeer van een verhuurde woning minimaal 10% lager dan de WOZ-waarde met inbegrip van de leegwaarderatio? Dan wordt de waarde in het economisch verkeer meegenomen in de aangifte Inkomstenbelasting. 

Daar staat tegenover dat de leegwaarderatio altijd buiten toepassing blijft bij een onzakelijk lage huurprijs als de woning aan een gelieerde partij is verhuurd. In die gevallen telt de WOZ-waarde van de verhuurde woning mee voor de box 3-belasting. De wijzigingen in de leegwaarderatio werken ook door in de erf- en schenkbelasting.

Aanpassing groene beleggingen 

Er wordt voorgesteld om de afschaffing van de box 3-vrijstelling en heffingskorting voor groene beleggingen met een jaar uit te stellen tot 1 januari 2028. De vrijstelling voor groene beleggingen is per 2026 € 26.715 (fiscale partners € 53.430). De heffingskorting voor groene beleggingen per 2026 bedraagt 0,1% van de vrijgestelde groene beleggingen. 

De vrijstelling voor groene beleggingen wordt per 1 januari 2027 verder versoberd: deze vrijstelling bedraagt € 200 in 2027 (met fiscaal partner bedraagt de vrijstelling € 400). De heffingskorting voor groene beleggingen blijft ook in 2027 gehandhaafd op 0,1% van de vrijgestelde groene beleggingen.

Overige wijzigingen voor particulieren 

Andere behandeling ‘breukdelengemeenschappen’ 

Na een arrest van de Hoge Raad van 16 februari 2024 werkt de wetgever aan nieuwe regels voor ongelijke breukdelengemeenschappen. Een breukdelengemeenschap is een vorm van gezamenlijk bezit, waarbij ieder een vooraf afgesproken deel heeft, bijvoorbeeld 70%-30% in plaats van 50%-50%. 

Nu heeft de Hoge Raad bepaald dat als zo’n gemeenschap wordt beëindigd, bijvoorbeeld door scheiding of overlijden, de wet dit bezit alsnog behandelt alsof de verdeling 50%-50% was. Krijg je bij de verdeling meer dan 50%? Dan moet je over het meerdere schenk- of erfbelasting betalen.
De nieuwe regels gelden niet alleen voor echtgenoten, maar ook voor geregistreerde partners en samenwoners bij een ongelijke verdeling. 
Ga daarom na of er bij jou sprake is van zo’n breukdelengemeenschap en of die nog aansluit bij je huidige wensen. Verwacht je dat de nieuwe regels een belastingclaim opleveren? Denk dan alvast na over hoe je die claim zou kunnen financieren. Een overlijdensrisicoverzekering kan daarbij bijvoorbeeld een oplossing zijn. 

Schenkingen binnen 180 dagen voor overlijden 

Schenkingen die gedaan zijn binnen 180 dagen vóór het overlijden tellen al sinds jaar en dag mee voor de erfenis. Dit is zo geregeld om te voorkomen een fiscaal (tarief)voordeel wordt behaald door ‘op het sterfbed’ te schenken en daarmee de erfenis te verkleinen. Volgens de bestaande regels moet dan (nog) wel een aangifte schenkbelasting worden gedaan, om de schenking als zodanig te belasten. De eventuele schenkbelasting wordt vervolgens verrekend met de eventueel verschuldigde erfbelasting. 

Vanaf 1 januari 2026 kan de aangifte schenkbelasting achterwege blijven en wordt de 180-dagen-schenking alleen nog meegenomen in de aangifte erfbelasting. Om praktische redenen geldt deze regel ook voor schenkingen die maximaal 180 dagen vóór 1 januari 2026 zijn gedaan. 

Niet erkende biologische kinderen zijn voor de schenk- en erfbelasting gelijk aan eigen kinderen 

Na een arrest van de Hoge Raad staat vast dat een (niet erkend) biologisch kind voor de erf- en schenkbelasting hetzelfde behandeld moet worden als een wel erkend eigen kind. Daarom wordt vanaf 1 januari 2026 de wettelijke omschrijving van een kind aangepast, met die kanttekening dat een niet erkend biologisch kind met een dna-test moet aantonen dat de schenker of de erflater de biologisch ouder van het kind is. Met dit bewijs heeft dit kind recht op dezelfde vrijstellingen en tarieven uit de schenk- en erfbelasting als een erkend eigen kind. 

Meer tijd voor de aangifte erfbelasting 

Voor overlijdens tot 1 januari 2026 bedraagt de termijn voor het indienen van een aangifte erfbelasting acht maanden na het overlijden. In de praktijk blijkt deze termijn vaak te kort, bijvoorbeeld omdat nog aangiften Inkomstenbelasting over het jaar van overlijden moeten worden gedaan. Om die reden geldt voor overlijdens vanaf 1 januari 2026 een termijn van twintig maanden na het overlijden voor het indienen van de aangifte erfbelasting. Het startmoment voor de berekening van belastingrente over de verschuldigde erfbelasting verschuift hierdoor ook van acht naar twintig maanden. 

Afschaffen salderingsregeling voor kleinverbruikers

Vanaf 1 januari 2027 verdwijnt de salderingsregeling voor kleinverbruikers. Dit betekent dat particulieren met zonnepanelen hun overschot aan opgewekte energie niet meer fiscaal voordelig kunnen verrekenen met de energie die ze afnemen. 

Bijtelling auto van de zaak

Voor nieuwe elektrische auto’s gaat vanaf 2026 dezelfde bijtelling gelden als voor niet-elektrische auto’s, namelijk 22% van de cataloguswaarde. Het verschil in bijtelling van afgelopen jaren tussen elektrische auto’s en niet-elektrische auto’s is compleet verdwenen per 2026.

Kindgebondenbudget 

Vanaf 2027 daalt het kindgebonden budget voor alle huishoudens met een inkomen boven de € 60.000.

Inflatiecorrectie  

In 2026 wijzigt de inflatiecorrectie op de heffingskortingen en belastingschijven naar 52,8%. Hierdoor stijgen de belastingschijven en heffingskortingen niet meer voor 100% mee met de inflatie. Doordat de belastingschijven en heffingskortingen minder stijgen dan de inflatie, ga je meer belasting betalen. 

Tarieven en startersvrijstelling overdrachtsbelasting 

Heffing van overdrachtsbelasting vindt plaats bij de verkrijging van in Nederland gelegen onroerende zaken of rechten waaraan deze zijn onderworpen. De overdrachtsbelasting kent per 2025 drie tarieven: 

  • Eén voor niet-woningen en woningen die door de verkrijger niet als hoofdverblijf gebruikt worden. Vanaf 1 januari 2026 zal het algemeen overdrachtsbelastingtarief voor woningen worden verlaagd van 10,4% naar 8%. Voor de overige onroerende zaken blijft het tarief 10,4%.
  • Eén voor woningen die door de verkrijger als hoofdverblijf gebruikt worden. Het tarief hiervoor bedraagt 2%. Dit tarief wijzigt niet in 2026.
  • Bij indirecte vastgoedoverdracht via aandelentransacties geldt een tarief van 4%. Dit tarief wijzigt niet in 2026.

De relevante woningwaarde voor de startersvrijstelling van overdrachtsbelasting bedraagt € 555.000 vanaf 1 januari 2026 (€ 525.000 in 2025). Voor woningen met een hogere waarde dan € 555.000 euro is de startersvrijstelling nooit van toepassing. 

Meer informatie? 

aaff is graag overal van betekenis. Wil je meer weten over de extraterritoriale kosten? Onze fiscale adviseurs helpen je graag. Neem contact op met onze fiscalisten

Bekijk alle fiscale wijzigingen uit het Belastingplan 2026.  

Wil je meer weten over de wijzigingen op fiscaal gebied in 2026? Onze specialist helpt je graag verder!

foto Pieter Spooren

Aanmelden nieuwsbrief

Altijd op de hoogte van het laatste nieuws

Volg aaff op LinkedIn

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws via onze LinkedIn pagina