Expert
In familiebedrijven komt het regelmatig voor dat een partner of kind meewerkt in de onderneming. Maar wanneer is zo’n meewerkend familielid juridisch gezien echt werknemer? Een recente uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland laat zien dat dit minder vanzelfsprekend is dan vaak wordt gedacht, zelfs als er een getekende arbeidsovereenkomst is.
De wet stelt duidelijke voorwaarden aan het bestaan van een arbeidsovereenkomst. Er moet sprake zijn van de volgende vier elementen:
Bij de beoordeling of sprake is van een arbeidsovereenkomst worden alle gemaakte afspraken en omstandigheden meegewogen. Het gaat niet alleen om wat er op papier staat, maar vooral om hoe partijen in de praktijk samenwerken.
In deze zaak werkte een man sinds 2019 mee in het bedrijf van zijn partner. Er was een schriftelijke arbeidsovereenkomst opgesteld en er werden maandelijks bedragen uitbetaald die als loon werden aangemerkt. De man verrichtte uiteenlopende werkzaamheden voor de onderneming, was aanwezig bij vergaderingen en gaf onder meer gym en voetbaltrainingen.
Toen de relatie tussen de partners verslechterde en uiteindelijk een echtscheiding volgde, werd de loonbetaling stopgezet. Dat leidde tot een juridisch geschil over de vraag of er daadwerkelijk sprake was van een arbeidsovereenkomst. En dus of er recht was op loon.
De man stelde dat hij verplicht werkzaamheden verrichtte en daarvoor loon ontving. Volgens hem werd voldaan aan de wettelijke criteria van arbeid, loon en gezag, en had hij daarom recht op doorbetaling van salaris. De ex-partner stelde namens de onderneming dat er nooit sprake was geweest van een echte arbeidsovereenkomst.
De kantonrechter beoordeelde de feitelijke situatie en kwam tot de conclusie dat geen sprake was van een arbeidsovereenkomst. Daarbij speelde onder meer mee dat:
Omdat de rechter niet kon vaststellen dat er sprake was van arbeid, loon en een gezagsverhouding in de zin van de wet, was het oordeel dat er geen arbeidsovereenkomst bestond. De loonvordering werd daarom afgewezen.
In veel familiebedrijven werken partners of andere familieleden mee in de onderneming. Dat kan praktisch of fiscaal aantrekkelijk zijn, maar kan achteraf ook tot discussie leiden over de juridische kwalificatie van de arbeidsrelatie.
In deze zaak oordeelde de rechtbank dat een gezagsverhouding binnen een huwelijk niet als vanzelfsprekend wordt aangenomen. Het uitgangspunt is sinds 2015 echter dat er sprake is van een dienstbetrekking, tenzij aannemelijk kan worden gemaakt dat de familierelatie overheerst.
Stel je als werkgever dat er géén sprake is van een gezagsverhouding, dan ligt de bewijslast bij jou. Het is daarom belangrijk om deze onderbouwing goed vast te leggen, bijvoorbeeld met het oog op een controle door de Belastingdienst.
Wordt achteraf geoordeeld dat iemand wél werknemer is, dan kan dat verstrekkende gevolgen hebben, zoals:
Het omgekeerde risico bestaat ook. Wordt een meewerkend familielid verloond en worden premies werknemersverzekeringen (zoals WW en WIA) afgedragen, maar oordeelt UWV later bij een uitkeringsaanvraag dat er géén sprake is van een arbeidsovereenkomst, dan bestaat er geen recht op een uitkering. Dit ondanks het feit dat wel premies zijn betaald.
Wil je dat je partner of kind meewerkt in je onderneming? Dan is het belangrijk om vooraf duidelijke afspraken te maken en deze zorgvuldig vast te leggen. Zo voorkom je discussie achteraf en onjuiste verloning. De juristen arbeidsrecht en specialisten loonheffingen van aaff helpen je graag bij het beoordelen van de arbeidsrelatie en het vastleggen van de juiste afspraken.
aaff is graag overal van betekenis. Door kennis te delen, advies te geven en te zorgen voor inzicht. Heb je vragen over de status van een meewerkend familielid? Neem gerust contact op met onze juristen arbeidsrecht.
Altijd op de hoogte van het laatste nieuws
Blijf op de hoogte van het laatste nieuws via onze LinkedIn pagina